Totaal aantal pageviews

vrijdag 22 juni 2018

De Porceleyne fles

Dat zit zo: we kochten twee goedkope treinkaartjes en die moeten voor een bepaalde tijd gebruikt worden.
De verloopdatum was 29 juni.
Ik liep de laatse tijd heel erg slecht (absoluut geen 10.000 meer, onmogelijk) dus eigenlijk had ik er niet zo'n zin en werd het alsmaar uitgesteld.
Maar ja, ik hou niet van weggegooid geld en mijn man al helemaal niet, dus afgelopen maandag gingen we toch.
Nu wil het geval dat we al vaker in Delft waren, met z'n tweeën. Delft is echt zo'n stad om een dagje door te brengen en dan volkomen tevreden weer huiswaarts te gaan. Ik was er laatst  nog met Els en (even) met Emie.
En toen ik ging tellen kwam ik tot de conclusie dat ik er nog met drie andere vriendinnen ben geweest.
Alle keren was het leuk. Ook deze keer.
Ik had denk ik de meeste bezienswaardigheden wel gezien, alleen niet De Porceleyne Fles. De wereldberoemde aardewerkfabriek, in het buitenland bekend als Royal Delft.
De dame in het VVV-kantoor waar we de weg vroegen, zag me strompelen en vertelde dat we ook zo'n hop on karretje konden nemen, in plaats van de wandeling. Dat deden we dus maar en dat was eigenlijk best leuk.
Toen de fabriek.
Die is gewoon in bedrijf en je kunt er rondkijken zoveel als je wilt, als je maar binnen de gele lijnen blijft. Je ziet wat van het produktieproces en er is ook een verhelderende korte film daarover te zien. En er werd gewerkt:



Deze meneer bijvoorbeeld was bezig om een bord helemaal af te werken, waarna het gebakken moet worden, beschilderd en weer gebakken. Hij vertelde dat hij er al zevenenveertig jaar werkt. Niet steeds het zelfde werk, dat wisselt.
Er werken acht mensen in de fabriek.


We zagen ook twee dames bezig met schilderen. Met een heel dun penseeltje en zwarte verf. Maar tijdens het bakken kleurt die verf blauw. De verschillende tinten blauw ontstaan door meer of minder water te gebruiken.


Dit is wat je op de onderkant van een Delfts aardewerken bord ziet.
De letters zijn de J en de T. De letters van Joost Thooft en hij is degene die in 1876 de fabriek kocht. Hij voegde ook dat kleine flesje er boven toe. 
Op het moment dat hij het bedrijf kocht,  ging het niet zo goed. De fabriek was al opgericht in 1653. Toen waren er nog heel veel aardewerkbedrijven in Delft, maar door de toenemende concurrentie, uit het buitenland vooral,  gingen de meeste failliet. Deze bleef, tot op de dag van vandaag.

Nu zou ik heel veel foto's kunnen laten zien.  Er is een grote winkel waar je allerlei produkten kunt kopen en er is in het museum heel veel tentoongesteld, van vroeger en nu.
Echt leuk om te zien vond ik de speciale collecties, bijvoorbeeld de kerstborden. Ieder jaar verschijnt er een.
Maar als je hier kijkt, klik, kun je de complete collectie zien. En verder ook bijna alles trouwens. Maar ja, dan kun je net zo goed thuis blijven, want wat is er nu eigenlijk niet op het www te vinden?
Dus ik doe er het zwijgen toe:


donderdag 21 juni 2018

Gedichtenclub

Ik had een drukke week, vorige week. Ik ben namelijk lid van een paar clubs, drie om precies te zijn. Gekker moet het niet worden hè.
Enfin de bijeenkomsten vielen heel toevallig precies in één week. Vandaar dat ik het druk vond.
De leesclub, dat is de oudste en de meest vertrouwde.
De filmclub, die is niet met mensen die ik ken.
En nieuw, nieuw, nieuw,  een poëzieclub.
Eigenlijk ben ik niet zo heel erg van de gedichten. Ik bedoel er zijn zoveel geweldige boeken, waar ik ook al te weinig tijd voor heb, dat ik gedichten meestal oversla.
Er zijn bovendien veel gedichten die ik totaal niet begrijp en dan  haak ik af.
Maar juist dáárom én omdat ik een paar van de leden ken en die zijn leuk, ben ik,  toen ik gevraagd werd, na enige aarzeling toch gegaan.
Een mens is nooit te oud om zich ergens in te verdiepen.
En als ik me probeer te verdiepen in schilderkunst die ik niet begrijp, waarom dan niet met gedichten?
Wat was het een leuke avond.
We gingen uit eten met elkaar en tijdens het eten werden er gedichten voorgelezen en besproken.  Van Rutger Kopland, deze keer
Ik had er een heel klein beetje tegenop gezien, maar dat was helemaal niet nodig.
Ieder had haar  eigen Rutger Kopland gedicht gekozen.
 'Mijn' gedicht komt uit de bundel 'Toen ik dit zag' en de afbeelding van Rembrandts schilderij 'Titus aan de lezenaar',   waar het gedicht op is gebaseerd, had ik meegenomen:



Titus aan zijn schrijftafel

Dit laat hij zien in het portret
van zijn zoon - het nadenken van een kind
hoe ernstig hoe stil dat gezicht is
hoe het kijkt alsof het kijkt in een verte

en je weet dat zijn ogen daar niets zien
dat hij kijkt naar iets achter zijn ogen
alsof hij zoekt naar woorden voor 
wat er daarachter leeft

hij laat ook de hand zien van dat kind
hoe het met een duim op zijn kin
en met een pen op een papier
wacht op wat het gaat schrijven

en niemand weet waar het op wacht
ook dat kind niet

dat is wat wij zien - dat 
iets niet geschreven kan worden

 Veel heb ik hier niet aan toe te voegen. Ik vind het schilderij prachtig en het gedicht ook. Ook de andere gedichten waren erg mooi! Zo tussen de hapjes door. Heel ontspannen allemaal.
Ik ben voortaan fan van Ruger Kopland. En van de poëzieclub natuurlijk.





woensdag 20 juni 2018

Favoriet woord

Van Het Genootschap Onze Taal, ontvang ik eens in de zoveel tijd hun nieuwsbrief: Taalpost.
Altijd leuk om te lezen, voor taalliefhebbers.
Deze keer deelden zij een filmpje waarin studenten Nederlands in Californië hun favoriete Nederlandse woord bekend maken. Heel leuk om te zien.

Sinds ik het filmpje zag ben ik al aan het nadenken oven mijn favoriete Nederlandse woord. Ik ben al tig keer veranderd.
Maar op dit moment kies ik voor verkneukelen. Kan morgen weer anders zijn.



Hebben jullie een favoriet woord?

dinsdag 19 juni 2018

Diederik van Vleuten

Je ziet hier een boek dat ik heel graag wilde lezen en wel om twee redenen.
* Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in verhalen of boeken uit/over Nederlands-Indië. Vaak heb ik me afgevraagd waarom, maar ik kan geen aanleiding ontdekken. Ik had een juf in de vierde klas die er veel over vertelde, dat is het enige.
* Ik vind Diederik van Vleuten een geweldige verteller.

Ik reserveerde het boek in de bieb en toen ik bericht kreeg dat het er was, haalde ik het meteen  op en begon ook meteen te lezen en te kijken.
Het boek is groot en zwaar, heel zwaar. Ik kan het dus uitsluitend aan tafel lezen.
Dat is iets wat ik bijna nooit doe, maar in dit geval kon het echt niet anders en ik had het er graag voor over
Wow wat een boek.
Diederik van Vleuten kreeg een jaar of tien geleden het Indische familiearchief van zijn vader overhandigd. Met daarin heel veel foto's en kaarten en brieven en het allerbelangrijkste:  de herinneringen die de broer van zijn grootvader opschreef.
Dat was oom Jan (1906-1989) en die deed dat heel uitgebreid.
Het mooie aan dit boek vind ik dat die herinneringen niet zo maar zijn weergegeven,  maar steeds stukken en gelardeerd met prachtige oude foto's. Het heeft mij echt geen seconde verveeld. Iemand als Diederik van Vleuten,  die op tv en in theaters goed kan vertellen, kan dat dus ook in een boek.
Oom Jan schreef zijn herinneringen niet op omdat hij zich zelf zo belangrijk vond, maar omdat hij vond dat hij in een belangrijke tijd had geleefd. Hij zegt:  
De grote veranderingen die zich tijdens mijn leven voltrokken, zijn als een waterval  over mij en mijn generatie heen gekomen. Twee wereldoorlogen heb ik bewust mee gemaakt de crisis van de jaren dertig heb ik aan den lijve ondervonden. In mijn tijd voltrok zich de technische ontwikkeling van de eerste eenvoudige automobiel op Java, tot de voetstappen van de eerste mensen op de maan. Het einde van het koloniale tijdperk heb ik van zeer dichtbij meegemaakt. De ondergang van het Nederlands Imperium in Zuidoost Azië voltrok zich voor mijn ogen. Daarvan wil ik op deze bladzijden getuigen.
Van deze geschriften heeft Diederik van Vleuten gebruik gemaakt om het verhaal te vertellen van Oom Jan, maar tegen de achtergrond van de wereldgeschiedenis.


Oom Jan, geboren op Java, voor school teruggekeerd naar Nederland, de opleiding, de liefde, de verdere opleiding in Zuid-Afrika,  de terugkeer naar Indië, terugkeer naar Nederland.

Ik houd van (persoonlijke) geschiedenis en dit is werkelijk een van de allermooiste geschiedenisboeken die ik ken.

Ps. Ik had heel graag de theatervoorstelling gezien, maar dat kwam niet uit. Nou ja, je kan niet alles. Maar de dvd met de theaterregistratie  is ook uitverkocht, grrr. Nou die komt misschien nog wel op Marktplaats.

maandag 18 juni 2018

Op het schoolplein

Zelf kwam ik niet zo vaak op een schoolplein. Ja  toen ik werkte en pleinwacht had. Maar dat was in functie.
Vanuit mijn klas zag ik wel vaak moeders staan praten.  En soms hoorde ik het ook, niet vanaf het plein, maar vanuit de gang.  Dat beviel me nooit zo.
Toen mijn eigen kinderen klein waren en nog gehaald en gebracht werden, had ik toch vaak erg weinig tijd en al helemaal niet om daar uren te kletsen met andere moeders. En ik had daar ook niet echt zin in.
Maar nu is het een ander verhaal. Eens in de week haal ik mijn kleindochter uit school.
Ik ga voor de zekerheid altijd vrij vroeg, want ik moet er niet aan denken dat ik te laat zou komen.
Tot mijn schande moet ik bekennen dat dat niet de enige reden is. Ik vind het ook leuk om, als absolute buitenstaander, te observeren en te luisteren wat de jonge moeders en vaders te vertellen hebben.
Het is een plein waar alleen kleuters spelen en en om drie uur afscheid nemen van de juf. Alle kinderen geven de juf  een hand en zij kijkt of er iemand staat om ze op te halen. Als dat zo is mag de kleuter gaan.
Er staan overigens nog meer oma's hoor, maar die maken geen contact en praten ook niet.

Wat ik zoal hoor:

Een heftige ruzie tussen een ouderpaar. Hij liep weg en ging bij een groepje moeders staan. Zij plofte pal naast mij neer op de bank waar ik zat, pakte haar telefoon en belde haar moeder. Toen ging ze nog eventjes los over haar vriend. En ik was dus niet de enige die het kon horen

Een dochtertje komt op haar vader afrennen en vertelt dat ze haar sokken kwijt is. De man wordt echt pissig en zegt dat ze toch mee moet en dan maar met blote voeten in haar laarzen en dat ze dan blaren krijgt en dat dat haar verdiende loon is en dat hij het zat is om steeds maar te moeten waarschuwen.
De kleuter kijkt sip. 'En nu gaan we ook geen ijsje meer halen, opschieten!'.

Een paar moeders in een groepje. Eentje:  'Nou vragen ze alweer hulp, maar ik ga het niet meer doen hoor. Ik heb het al druk genoeg, ze moeten zelf maar werken
Een van de anderen zegt dat zij het ook niet gaat doen en de derde weet van niks.": Ik heb de mail nog niet gelezen, daar heb je dagwerk aan!"

En een van de laatste keren hóórde ik gewoon dat er opschudding was op het plein al had ik nog niet meteen door wat er was. Het bleek dat de indeling van de groepen voor volgend jaar bekend was gemaakt en daar vinden ouders dan natuurlijk wat van en soms vinden ze dat het niet goed is. Ik hoorde niet echt gesprekken maar het hele plein gonsde.

Ik amuseer me wel hoor, daar op het plein. En ik moet natuurlijk ook denken aan een van mijn favoriete liedjes:


zondag 17 juni 2018

Anneke en Gabriel

Voila, de twee boeken die ik deze week las. Zou er een groter verschil denkbaar zijn?
W. G. van de Hulst, die boeken voor (jonge) kinderen schreef is bij mij nooit favoriet geweest. Dit is ook het enige boekje dat ik van hem heb. Eigenlijk is het best een dramatisch verhaal, "voor onze kleinen". Ik herlas het vanwege de illustraties van Tjeerd Bottema.
Anneke logeert bij groot-moe en groot-va omdat va-der op reis en moe-der ziek is. Dan krijgt ze een prach-tig lintje, 't was echt van flu-weel en geeft dat aan de sik. Die loopt weg en Anneke gaat er achter aan. Ze verdwaalt en het gaat heel hard regenen. Enfin iedereen ongerust, maar het loopt natuurlijk goed af.



Ik weet nog  goed hoe irritant ik die teksten met streepjes vond als kind. Misschien had ik anders W.G. wel gewaardeerd, maar ik was een goede lezer. Ik heb net bijna al mijn rapporten van de lagere school weggegooid, op het eerste rapport na. Ik had toen een achteneenhalf voor lezen. Dat bleef de hele schooltijd zo. Een zes voor schrijven en een achteneenhalf voor lezen. Dus ik had die streepjes niet nodig.

Enfin tussen W. G van de Hulst en Gabriel Garcia Márquez ligt  een leven lang lezen. Altijd maar weer lezen, wat de omstandigheden ook waren en waar ik ook was.
En dit boekje: wat een juweeltje.
Het gaat over een man die zichzelf op zijn negentigste verjaardag door bemiddeling van een bevriende bordeelhoudster, op een jong meisje trakteert. Een maagd. Tussen de oude man en het meisje ontstaat een ontroerende relatie, de oude man wordt voor het eerst echt verliefd.De oude man was min of meer aan het wachten op de dood, maar kan  nu weer voluit leven.

zaterdag 16 juni 2018

Hansworst en Het Winkeltje

Kijk nou: zomaar twee nieuwe oude gouden boekjes.
Ze vielen met een plofje door mijn brievenbus, mij gestuurd door Toos van In de Weer.
Zomaar, heel erg lief.
De dochter deed ze weg en zij redde ze voor mij.
Het eerste boekje stond op mijn lijst.
Hansworst  heet het en het enige stomme aan dat boekje is de titel.
Of eigenlijk de vertaling van de oorspronkelijke titel.
Oorspronkelijk was de titel namelijk Pantaloon en dat klinkt toch een stuk aantrekkelijker dan Hansworst. Voor een poedel. Maar het verhaaltje is erg leuk en de plaatjes zijn weer geweldig!

Het tweede boekje was een verrassing.
Het is uitgegeven voor het zoveel-jarig bestaan van Albert Heijn, maar dat merk je eigenlijk niet. Het gaat over een arme boer en zijn vrouw die niets meer hebben, behalve een koe. Die moet dus eigenlijk geslacht worden of verkocht,  maar dat willen ze niet.  Dan gebruikt de vrouw haar allerlaatste restje meel en haar laatste klontje suiker een een geleend ei en maakt een pudding. Die neemt de man mee naar de markt. Hij komt terug met een pond meel, twee eieren en een stuk suiker. Dan maakt ze twee puddingen, de man gaat weer naar de markt enzovoorts. Ze maakt pannenkoeken en rozijnenkoekjes en alles wordt geruild. Als de burgemeester een groot feest geeft, krijgen ze opdrachten. Ze nemen personeel aan en beginnen een winkeltje. Ze krijgen een zoon en als die groot genoeg is gaat hij meehelpen en de kinderen van die zoon ook. Behalve één, die wordt danser.

Dat eerste winkeltje van Albert Heijn zag er in het echt ook zo uit. Het is te zien op de Zaanse Schans, ik blogde er al eens over.

Maar dat is dan ook het enige. Het boekje is geen verkapte reclame en de tekeningen passen geweldig in de stijl van de Gouden boekjes. Het verhaaltje ook trouwens. Gemaakt door Gerda Dendooven.

Toos, nogmaals dank. Ik ben er hartstikke blij mee.

vrijdag 15 juni 2018

Nomen est Omen

Deze zag ik in Breskens. En daar bleef het lange tijd bij.

Maar gelukkig is  Marga weer zeer actief geweest op dit gebied. Sterker nog, ze vult de rubriek zowat in haar eentje. Wat te denken van deze bijvoorbeeld: 

*Jongerenpastor “bie de vriezinnighen”: Lia van den Hemel!

*Nog eentje van Marga:

donderdag 14 juni 2018

Ets

Zo lang ik me kan herinneren hing er bij mij thuis vroeger een ets. Een ets van Tjeerd Bottema.
Ik vond er niks van, de ets hing er en dat was dat.
Mijn ouders waren er erg op gesteld, dat weet ik zeker.
Ik heb in mijn hoofd dat mijn moeder vertelde dat het in Friesland was.
Toen ik het huis van mijn ouders leegruimde, wilde ik de ets niet kwijt, maar ik wilde hem ook niet in mijn huis ophangen.
Gelukkig nam mijn nichtje ook deze ets mee en heb ik er in geen vijftien jaar meer aan gedacht, behalve als ik hem bij haar zag hangen.
Maar nu is hij dus weer terug. In vijftien jaar kan er veel veranderen blijkt, want hij hangt te stralen aan de muur. Naast een moderne foto  en dat matcht nog goed ook.


Mijn man ging een beetje googelen en ontdekte om te beginnen dat boerderij en molen  helemaal niet in Friesland stonden, maar in Laren.
Hij ontdekte verder dat de kunstenaar (1884-1978)  een eigen zaal heeft in een museum in Katwijk. De Tjeerd Bottema-zaal.
Nu wil het geval dat ik nog nooit in Katwijk was, maar er wel iedere week langs kom op de terugweg van het oppassen.
Gisteren waren we vroeg 'klaar' en gingen dus even kijken.
In de zaal hing totaal ander werk, schilderwerk. En dan nog voornamelijk gebaseerd op Bijbelse geschiedenis.

Dat sprak me niet heel erg aan, vanwege het thema, maar het is wel mooi geschilderd.   
Bottema was wel een geboren Fries, maar heeft meer dan vijftig jaar in Katwijk gewoond en gewerkt.
Met zijn gezin. Vandaar die zaal.
Bottema was eerst gewoon schoolmeester geweest, haalde de akte M.O. tekenen, werkte als plateelschilder.
Een door hem gemaakte tekening van een zwerver, inspireerde Johan uit den Bogaard tot de creatie van Swiebertje.
( Ach Swiebertje, wie kent hem nog, met Joop Doderer)
Kinderboeken illustreerde hij ook. O.a die van W. G. van der Hulst.
Even speuren dacht ik toen we weer thuis waren. En kijk ik vond een oud boekje, nog van mezelf geweest, een boekje voor beginnende lezertjes, getiteld Anneke en de sik. Ja hoor, geïllustreerd door Bottema.



Tjeerd Bottema werkte ook als reclametekenaar en maakte in die hoedanigheid het logo van de Rotterdamsche Verzekeringsmaatschappij.

Enfin,  nu hangt de ets dus weer gewoon aan de muur bij ons. Voor hoe lang weet ik nog niet hoor.
Of misschien haal ik de ets even weg om hem tegen het eind van de volgende winter weer een tijdje op te hangen.
De titel is namelijk DOOIWEER.

woensdag 13 juni 2018

Koggetjes

In de boekenweek,  die al weer een tijd geleden is, kocht ik dit boek.
Ik koop geen romans meer en verder eigenlijk ook geen boeken, maar ja als ik met het boekenweekgeschenk op reis wilde, moest ik wel wat hè, dat kon niet anders.
En wat is het een leuk boek.
De schrijfster, Laura de Grave ging langs bij Amsterdamse restaurants en ambachten en kwam zo achter verhalen, de geschiedenis  en de recepten van verschillende Amsterdamse gerechten. Niet alleen Amsterdams hoor. Er staat bijvoorbeeld ook een verhaal in over oliebollen. Die zijn helemaal niet typisch Amsterdams, maar de Grave bezoekt dan wel een befaamd Amsterdams oliebollenadres.
Die recepten maakte ze en deelt ze in dit boek.
Ik denk dat een aantal zaken bij niet-Amsterdammers, zoals ik, gerust bekend zijn.
De appeltaart van Winkel bijvoorbeeld en de kroketten van Holtkamp.
Die recepten staan er in.
Het gaat ook over de Amsterdamse ui van Kesbeke en de jenever van van Wees. 'Ook wel bekend. Maar de meeste produkten niet.
Zo'n soort boek dus.
Het leek mij leuk om de bedrijven die genoemd worden eens te bezoeken en eventueel de produkten te proeven en zelf misschien wel te maken.
Daarom was ik laatst in zo'n steegje van Amsterdam en pikte vanzelf nog een boel andere stegen mee.
Het is leuk om een doel te hebben op een wandeling in Amsterdam, dus nu was banketbakkerij Lanskroon mijn doel. 
 Van de bakker had ik wel eens gehoord, van de koekjes die bekend schijnen te zijn,  nog nooit.



Koggetjes heten ze . En ze zijn wel echt Amsterdams. Namelijk bedacht in een wedstrijd voor Amsterdamse bakkers, in 1935. De naam verwijst naar de middeleeuwse schepen die ook in het wapen van Amsterdam staan.
Enfin, ik kocht een klein zakje Koggetjes. En proefde meteen.
En ? Ik vond er niks aan. Maar dan ook niks. Ik heb niet eens alles opgegeten. Ik vermoed dat ik een oud zakje had gekregen. Nou, ja kan gebeuren.

Pfff, nou dan doe ik het zelf wel hoor.
Afgelopen zondag wilde ik het recept proberen. Dat was niet moeilijk. Hoe ik het dan toch voor elkaar kreeg om de koekjes er totaal anders uit te laten zien, weet ik niet.
Ze zagen er uit als kletskoppen en dat was niet de bedoeling. Maar ze waren heerlijk.
Toevallig was jongste zoon er 's middags met zijn vriendin en 's avonds was alles op. Ik had echt een grote hoeveelheid.. Als ik ze nog eens maak- en die kans is ruim aanwezig- maak ik de helft!

Nodig:
Voor de karamel: 75 gram suiker en 25 gram water
Voor de koekjes: 20 gram zachte boter, 160 gram basterdsuiker,  2 gram zout, 30 gram melk, 2 zakjes vanillesuiker en 200 gram Zeeuwse bloem of patentbloem.

Je begint met de karamel. De suiker met het water op een laag vuur zetten in een pan met een dikke bodem. Wachten tot de zaak gaat kleuren en dan storten op bakpapier.

Dan het deeg. Boter en basterd goed door elkaar roeren. Dan zout, melk, vanille en bloem erbij  en roeren tot een homogene massa.

Als de karamel is afgekoeld, deze met een deegroller in hele kleine stukjes, rollen. Samenvoegen met het beslag.
Het beslag in een spuitzak doen en cirkels zo groot als een twee - euromunt maken. Een beetje uit elkaar op de met bakpapier beklede bakplaat. Oven op 160 graden.
Klaar in een kwartier. Maar bij mij duurde het maar tien minuten.En ze werden zo groot dat ik vier bakplaten vol had.

Een aanslag op de lijn, dat snap je. Maar heel erg lekker!