Totaal aantal pageviews

zondag 12 juli 2026

Overvaren

Wat is het toch heerlijk om met de boot over te varen, de haven van Breskens achter je te laten en (buiten aan dek) te genieten van alles wat je ziet op de Westerschelde en aan de overkant in Vlissingen.
De tocht duurt ongeveer twintig minuten en is echt een cadeautje. 

Nou moet ik er wel bij vertellen dat ik echt leuke herinneringen heb aan die boot. 
Dat wil zeggen aan de boot die er vroeger was, die grote,  waar auto's op konden. Ik ging toen ik in Middelburg op een kamer woonde, in het weekend naar huis in Terneuzen, dus jarenlang in elk geval twee keer per week met de boot. 
Meestal erg gezellig met een paar andere 'overkanters'. 
Je kon er soep eten, of koffie drinken en we probeerden ook vaak al aan boord een lift te krijgen. Liepen we langs de auto's beneden om,  aan de bestuurders die waren blijven zitten,  te vragen of we mee mochten rijden. Dat lukte heel vaak. 
Dat we nou zo zeer aan dek zaten te genieten toen... dat kan ik niet echt zeggen. 
We waren vooral erg verheugd als op maandagmorgen de boot niet ging. Konden we niet naar school. 
Maar nu... en met schitterend weer:



Onze vrienden die in de buurt van Goes wonen,  kwamen ons een dag bezoeken in Groede. 
Zij kwamen op de fiets en vertelden al dat de boot duur was. Vervoer moet je in alle provincies betalen, dus helemaal onredelijk vind ik het niet.  Maar als je in Goes woont en je neemt de moeite om toch met de fiets over te varen en dat kost je 30 euro (15 p.p) voor een retour, dan vind ik dat toch wel erg duur. 
Natuurlijk hadden ze met de auto kunnen komen. De Westerscheldetunnel is wél gratis tegenwoordig. Je zal vast ook met de bus kunnen. Goes-Terneuzen of zo. En dan moet je nog naar Breskens. 
Ik vind dat Zeeuwen in elk geval korting moeten krijgen. En inwoners van Zeeuws-Vlaanderen zeker. Die zijn al te vaak een beetje de dupe geweest. 
Ik vroeg aan de dame van de kaartverkoop hoeveel mensen er klaagden over de prijs. 'Bijna iedereen', zei ze  en dat snap ik heel goed. 
En dan moeten Zeeuwen en dus ook Zeeuws-Vlamingen vanaf volgend jaar ook nog tol gaan betalen op Belgische wegen. Echt heel raar vind ik dat. 

Maar goed... wij kwamen veilig en goed aan in Vlissingen. En daar op de dijk staat een bijzonder bouwwerk met een tekst die ik toch even wil laten zien. Omdat ik hem intrigerend en mooi vind




Dit is de Arsenaaltoren en die zou waarschijnlijk moeten draaien. Dat deed-ie niet dus moesten we er zelf om heen, maar konden toch niet alles zien. Er zijn gelukkig andere mogelijkheden om er achter te komen. Dit staat er:

ERGENS BEN IK ANDERS BEN IK NERGENS

zaterdag 11 juli 2026

Vaste prik: Brugge

Vaste prik als we in Groede zijn: een dagje naar Brugge. Op de fiets. 



Veel paarden zijn er in Brugge. Die trekken de koetsen van waaruit toeristen dan  de mooiste stukjes van de stad kunnen zien. 
En in een drinkplaats voor de paarden is voorzien. Dit is een foto van een aantal jaren geleden, ik zag hem deze keer niet, maar die zal er vast nog wel zijn. 


Ik keek dus aanvankelijk niet eens heel raar op toen ik een beeld zag van een paard dat bijna zweeft en  een koets trekt. 
Wel een heel aparte koetsier. Met een hoed, zoals de koetsiers in Brugge die ook dragen soms. Maar déze koetsier is vastgeketend. Dat was wel gek. 


En wat moet dat verder daar in die koets? Een blote en nogal wellustige dame?  Ik
Ik kon er geen touw aan vast knopen. 
Gelukkig was er een bord:


Aha... dit zijn dus mythologische figuren. 'Zeus, Leda, Prometheus en Pegasus bezoeken Brugge'. 

Net als wij. Wij bezochten ook Brugge. Voor de zoveelste keer. 
En over het beeld gingen we op een lekker terras op dit fraaie (Wal)pleintje maar eens even nadenken en googelen. In de zon, met thee en een wafel.

Nou beginnen met Zeus. Die was verliefd op Leda en verleidde haar,  vemomd als zwaan. Dat had ik net nog op de tentoonstelling in het Rijks gezien. 
Die zwaan had ik aanvankelijk nog niet gezien,  maar later maakte ik deze foto en zág hem met zijn vleugels en zijn lange hals. 


Dan Prometheus. Dat is de koetsier dus. 
Ik weet dat hij in de mythologie degene is die het vuur bij de goden weghaalde en naar de mensen bracht. Voor straf werd hij voor altijd geketend. 
En vooraan tenslotte het gevleugelde paard Pegasus. 

Dat was dat,  de figuren herkend. 
Maar wat heeft de maker van dit beeld, dat is Jef Claerhout,  nou willen zeggen? Waarom hier in deze stad dit beeld? 
Ik weet het niet. 

Paarden en zwanen horen bij Brugge. Paarden en rondritten per koets.  
Zwanen.... ja die zijn er ook altijd. Als je langs de Reien loopt zie je ze. Er wordt gezegd dat als er geen zwanen meer zijn in Brugge, dat dan de stad ten onder zal gaan. 

Dus paarden en zwanen begrijp ik. 


En verder? 
Wat als de goden de stad bezoeken, tussen de toeristen in?  Zoiets misschien? Misschien een mooie fantasie? 
Hoe dan ook,  ik vond het een leuk beeld en ik ben niet eens zo van de beelden. 
Daar, zittend op dat terrasje, heeft het beeld me aan het denken gezet. Misschien was dat wel het doel. 

vrijdag 10 juli 2026

Yese

Yese... dat is dialect voor Yerseke. 
En ik vind het raar, maar in Yerseke was ik nou nog nooit geweest. Het werd tijd om daar eens verandering in te brengen.


We wandelden wat door het dorp, maar gingen al snel op weg naar de Oesterputten. En dat vond ik me toch interessant. Echt een geval van  beter laat dan nooit. 


Die oesterputten werden aangelegd tussen 1874 en 1883
Ze worden nu gebruikt als verwaterplaats en rustpakhuis voor oesters. De oesters spugen zand uit hier, dat tijdens het oogsten in de schelp is gekomen.
Het water in de putten kan twee keer per dag worden ververst. Er wordt dan gebruik gemaakt van het getij van de Oosterschelde. De putten zijn gebouwd boven het laagwaterniveau en kunnen bij laag water helemaal leeglopen. In de dijk zit een sluis waardoor er weer vers water in kan komen. 


Er omheen staan loodsjes en daar worden de opgeviste oesters gecontroleerd en gesorteerd op grootte en gewicht. En ze worden tegen elkaar getikt en als het geluid dan niet hol is, is de oester eetbaar. Vervolgens worden ze verpakt. 

Toen wij er waren, was er een rondleiding bezig. Ik hoorde er een heel klein stukje van en dacht dat wil ik ook. Superinteressant allemaal. 
Dus de eerstvolgende keer dat we naar Groede gaan, beginnen of eindigen we in Yerseke. 
Niet alleen om zo'n rondleiding te doen trouwens. Ook om eens echt oesters te eten. 


Want: ik had zelfs nog nooit een oester geproefd. Het leek me niks. 
Ik ben gek op mosselen en daar hield ik het bij. Tot nu dus. 
Mijn man en ik aten er allebei een. 
Ik vind het dan al leuk dat je er gewoon eentje kan kiezen en dat die nog mooi geserveerd wordt ook. Voor drie euro per stuk.



En ik vónd het lekker. Dat had ik nooit gedacht. 
Ik had gevraagd welke ik moest kiezen als beginner. Mij werd er een geadviseerd, maar toen ik beter keek zag ik dat die uit Ierland kwam. 
Ja duhhh ik wilde er natuurlijk eentje uit Zeeland en zo werd het een Zeeuwse Creuse. 

Ja we,  willen zeker terug. Naar Yese.


(Dan slaan we de traditionele mosselmaaltijd in Philippine maar een keer over, want de prijzen van zowel mosselen als oesters liegen er niet om.
Champagne bij oesters schijnt gebruikelijk te zijn, maar ik houd niet van champagne, dus dat scheelt.)

donderdag 9 juli 2026

De toren, een klim en een verhaal

Mijn man beklom dus in de kerk al een soort ingebouwde verdieping. Dat durfde ik niet, vooral niet omdat het open was en dat opene veroorzaakt mijn gebibber. 
Maar de toren van de kerk beklimmen, dat was een heel ander verhaal. Dat was een wenteltrap, dicht. Dus geen openingen tussen de treden en ook dichte muren aan de zijkant. Dat durf ik wel. 
Helaas bleek op het laatst dat als je echt uitzicht wilde hebben, moest je toch nog een open trap op. Dus nee, dat uitzicht heb ik gemist. 

Maar op de terugweg, een afdaling aan de andere kant,  was er nog wel iets heel leuks. 


Dit bordje. Over een jongen, genaamd Roelant Nebbens, die in 1629 ( zestienhonderdnegenentwintig!!!) zo tevreden was over zijn eigen zwemprestatie dat hij die voor de eeuwigheid vastlegde op die muur. 


Ik voelde me nou ook weer niet zo zeker op die trap dat ik de hele tekst kon vastleggen, maar een stukje en het jaartal heb ik in elk geval gezien. 

Beneden aangekomen zag ik in de winkel van de kerk,  dat er een boek over gemaakt is. Een roman getiteld: Ick Roelant. 
Feiten, aangevuld met fictie. Eerste helft 17e eeuw. Roelant in dienst van de V.O.C., verliefd op Cathelijne. 
Dat alleen al, Roelant en Cathelijne. Mislukte ambities... 

Geen boeken meer kopen, Bettie. Ja maar ik heb nog een boekenbon, gekregen van de school waar ik gastlessen gaf. Heb je die bij je dan? Nee! Ja dan koop je dus geen boek. 
Enfin, de discussie met mezelf duurde niet heel lang. Ik kocht het boek. 

Tot nu toe las ik nog maar een klein stukje en het is leuk. Ik kom er nog op terug als het uit is. 

Ik hoop dat ik duidelijk heb gemaakt dat Veere sowieso leuk is en dat een bezoek aan de kerk echt de moeite waard is. 
Wij gingen op tijd terug omdat we natuurlijk wel de laatste boot terug wilden halen. 
Toen we Veere verlieten, zagen we dit nog: zo schattig, met dat Zeeuwse stofje!! Ik kocht het niet!




woensdag 8 juli 2026

Een bolus, een fietstocht, twee torens en een slinger

 

Aan 'de overkant' waren we eventjes in Vlissingen, namen vervolgens koffie met een bolus in St John in Middelburg en fietsten daarna lekker door naar Veere. Het was heerlijk fietsweer dus de tocht alleen was al de moeite waard. 


Hierboven zie je trouwens het mooie, elegante torentje van het stadhuis van Veere.
En hiernaast een leuke verbeelding van de kérk van Veere. Van die massieve, beetje plompe toren. 
De tegenstelling tussen beide torens kon bijna niet groter zijn. 
Heel bijzonder eigenlijk. 

De kerk, dat is de Onze-Lieve-Vrouwekerk of Grote Kerk. 
Als kind en bijna jaarlijks op vakantie in Oostkapelle, werd er ook gefietst en ben ik ongetwijfeld in de kerk geweest, maar
dat heb ik later als volwassene niet herhaald. 
Nu wel. 
Enfin, een grote kerk is het zeker. Het is een Rijksmonument met (meer dan genoeg) ruimte voor allerlei culturele activiteiten. 




Dit vond ik heel erg leuk: de slinger van Focault. Dat stond er, Focault.  Ik dacht eigenlijk dat het Foucault was, maar het maakt niet uit.  Die slinger is speciaal voor de kerk gemaakt door kunstenaar Kees Wijker.


Zulke dingen snap ik eigenlijk nooit, maar hier stond zo'n duidelijke uitleg bij dat ík het zelfs begreep.  Met die slinger werd, in 1851, bewezen dat de aarde om haar as draait. 

Een audiotour en allerlei projecties op de muur en op de grond in de toren: er was echt veel te zien over de geschiedenis van de kerk. Over hoe de toren eigenlijk veel hoger had moeten zijn, over een enge mummiekat, over degenen die het voor het zeggen hadden. Over de vleermuizen die bovenin de kerk wonen... 
En klimmen kon je ook, wat mijn man deed en ik niet. Ik durfde hier helemaal niet naar boven. Belachelijk, maar wat doe je eraan? 


Ook de toren zelf kon beklommen worden. Daar kom ik nog op terug! 

dinsdag 7 juli 2026

Aaah, kijk die kleuren...



We gingen vanuit Groede met de fiets naar Walcheren, gebruik makend van de Westerschelde Ferry. 
Niet dat ik die term ooit zal gebruiken hoor, we gingen gewoon met de 'bwoat'. Er is een dienstregeling voor de bwoat en wat ik er van meemaakte,  vaart die stipt op tijd. Maar wij hadden vakantie en zouden wel zien wanneer we over konden.
Het betekende een half uurtje wachten en dat was geen enkel probleem daar aan zee.


Kijk hoe mooi, die kleuren. We hebben er echt zitten genieten. Het was er prachtig. 



De zon schitterde, er was een zacht windje en daar zaten we, gewoon op de harde grond.



Wat een fijn begin van de dag was dat!
(Ik heb niks aan de kleuren van de foto's gedaan hoor, het was echt zoals je het nu ziet)

maandag 6 juli 2026

Maandag, in Vlissingen


We waren een klein weekje in Groede. 

En zoals altijd 'deden' we ook een dagje Walcheren. 
Een dagje Walcheren is natuurlijk eigenlijk niet te doen. 
Er is zoveel te zien. 
Maar ja, we komen er best vaak en trouwens, ik heb ook vier jaar in Middelburg gewoond.
Dus het kan. 

We vaarden met fiets en al over met 'de bwoat' van Breskens naar Vlissingen en waren daar nog maar net onderweg toen we vanaf de dijk deze mooie mural zagen.



De maker is Joram Roukes, een kunstenaar van wie ik al eerder werk zag en liet zien. 


Kijk, hij laat zelf ook nog even extra duidelijk zien wanneer hij het werk maakte:


Het wapen van Zeeland er ook nog eventjes bij hè. Erg mooi gedaan vind ik.

zondag 5 juli 2026

Ed van der Elsken Up Close

Dat fotoboek, EYE love you, kochten we in 1977 en dat was de eerste druk. 
Ik zeg we... maar mijn man en ik weten eigenlijk niet zeker wie het boek heeft ingebracht. Wij leerden elkaar kennen in 1977. 
Het boek heeft de tand des tijds uitstekend doorstaan. Een enkele keer, kijk ik er nog eens in. Het is zo een tijdsbeeld. 
Hoe dan ook, we waren allebei fan in 1977 en eigenlijk zijn we dat nog steeds. Bijna vijftig jaar!!! 
Dus de tentoonstelling met de prachtige titel Ed van der Elsken Up Close gingen we natuurlijk ook zien. In het Rijksmuseum Amsterdam. 


Ik heb de foto's gezien. Veel mooi werk, zoals deze foto hierboven, it 1958.  
Er was ook heel veel waar mijn man bij stond te smullen, zoals contactafdrukken, experimenten in de donkere kamer, nieuw ontdekte boekdummy's... zaken die mij niet zo heel erg interesseerden.
Dus op een bepaald moment scheidden onze wegen zich en ging ik vast naar Fiep. 

Wat er ook nog te zien was, nog voor je de echte tentoonstelling bereikt, was dit:


Dit is de eend van Ed van der Elsken himself. Ik bedoel natuurlijk zijn Citroën 2 CV. Die liet hij, toen hij al op sterven lag,  beschilderen met zijn eigen foto's. Dat liet hij doen door Jenneke Butter. In 1989. 








Die man met de sigaar is de Amerikaanse persfotograaf Weegee. Door hem werd van der Elsken geïnspireerd al heeft hij altijd ontkend door hem beïnvloed te zijn geweest. 


zaterdag 4 juli 2026

Fiep!

Fiep Westendorp werkte,  net als Annie M.G.,  voor het Parool. Vanaf 1952 schreef Schmidt haar Jip en Jannekeverhaaltjes en die werden geïllustreerd door Westendorp. Ik ben daar echt mee opgegroeid. Eerst zelf als kind, toen de verhaaltjes in boekvorm verschenen. Later, omdat Fiep voor Annie bleef illustreren,  groeiden onze kinderen er ook mee op en weer later ook onze kleinkinderen. En natuurlijk ook op school als juf.  
Ik heb heel wat voorgelezen aan die kinderen en tekeningen bekeken. Altijd fan van Annie én Fiep geweest, eigenlijk mijn hele leven lang. 
Dus een tentoonstelling van het werk van Fiep in het Rijksmuseum Amsterdam, ja die laat ik niet ongezien passeren. 

Fiep deed heel veel verschillende dingen. Boeken illustreren, artikelen in het Parool maken en illustreren, posters en affiches maken.
Fiep (1916-2004) was opgeleid aan de Koninklijke School voor Kunst, Techniek en Ambacht. Daar was ze de enige vrouweljke student.


De paddestoelenposter maakte ze voor haar eindexamen en ze kreeg een 10. 
Het portret van een oude vrouw... wow, zo mooi. Dat was in 1938. Vooral naar dat portret heb ik lang gekeken.

Maar goed, de tentoonstelling. Die was geweldig, met heel veel origineel werk. Heel VEEL. 
Al dat kleine werk (150 stuks) uitgebreid bekijken werd mij ook al snel TE veel. Dus ik besloot de kinderboeken over te slaan en me te richten op ander werk. Dat wat in de krant verscheen.
En daarbij viel het me op dat er een aantal werken gingen over kunst en de kijk op kunst. Dus dáár laat ik wat van zien, hier.


Wat een humor had die vrouw:


En deze tekening:


En deze: 



En later, toen er kleur bij kwam:



Er was echt veel en om me heen hoorde ik steeds mensen zeggen: oh ja en kijk en heb je dat gelezen en dit was mijn lievelingsboek en wat grappig gedaan.
Ik laat het hierbij. Het was een superleuke tentoonstelling en ach... als je er nou niks aan zou vinden is er altijd nog de rest van het museum én een tentoonstelling van de foto's van Ed van der Elsken.

Nou, nog eentje dan, een die misschien voor velen herkenbaar is. Voor mij ook soms:


Ps. Fiep Westendorp was van hetzelfde jaar en dezelfde datum als Toon Hermans én mijn vader. 17-12-1916. Totaal onbelangrijk, maar ik vind dat leuk!