Het was warm in Amsterdam. Heel warm. Maar we liepen toch lekker hoor: 16,94 km zag ik achteraf.
Eigenlijk waren we nog op weg naar het nieuwe Surinamemuseum, maar kwamen, min of meer per ongeluk, terecht bij het Scheepvaartmuseum en dat is heel dicht bij een halte voor de bus naar Hoorn.
Dus we dachten Suriname komt wel een andere keer. We gaan even hier kijken en dan naar huis. Mooi geweest.
Ik had vanwege de zon mijn oude hoedje op. Ik kocht het jaaaaaren geleden in Portugal en ben er erg aan gehecht. De plek waar ik het kocht, de markt én de man die het me verkocht zou ik nog zo uit kunnen tekenen.
Ik had het dus op en toen... was er een windvlaag. Niet eens een plotselinge, het waaide al de hele tijd, daarom was het ook uit te houden in de stad.
Hoe dan ook, mijn hoedje waaide af. Niet meer op te pakken, het waaide in het water voor het scheepvaartmuseum. Een soort grachtje.
Kijk, daar ligt het. Het zonk niet eens onmiddellijk. Maar ik dacht toch dat deze foto een laatste herinnering zou zijn.
De jonge vrouw die bij de deur van het museum stond, om de bezoekers wegwijs te maken, zag het gebeuren en schoot in de lach. Wij ook trouwens.
We hadden kort tevoren een praatje met haar gemaakt en misschien dat ze daarom zo lief was? Ik weet het niet, maar ze ging meteen bellen.
Ik wist natuurlijk niet waarover ze belde. Maar dat bleek al snel, ze waarschuwde haar collega's en zei tegen ons dat die collega's het hoedje er misschien nog wel uit zouden kunnen krijgen.
Ergens beneden in het museum was een soort steiger, vanaf binnen te bereiken door het personeel.
Ze zouden kijken. Wij keken vanaf de kant ook.
Het hoedje dobberde nog steeds richting dat steigertje, maar zakte steeds wat dieper. We konden ook zien dat er voorbij dat steigertje geen kans op redding meer was.
Dus toen er inderdaad iemand kwam kijken maar vervolgens weer wegliep, dachten we dat het een verloren zaak was.
Nou, je ziet het: geen verloren zaak en geen verloren hoedje.
Die meneer was even een stok aan het regelen en was precies op tijd terug.
Is dat niet geweldig?
'Ik kom het bij de voordeur afleveren hoor', riep deze held.
En ja hoor, zo gebeurde het.
Held? Nee hoor, drie helden.
De jonge vrouw bij de ingang, de man met de stok en zijn collega die mij het druipende hoedje aanreikte.
En ja hoor, ik mocht best een foto maken van deze helden. Wat was dat ontzettend lief van alle drie. Wat nou onverschillige wereld? Wat nou grotestadmentaliteit? Ha, niks van dat al.
Ik had gelukkig een plastic tas in mijn rugzak, propte het hoedje erin. We liepen naar de bushalte en thuis waste ik het hoedje maar eens even goed en hing het aan de lijn. Het kan nog jaren mee.
En dit blogje stuur ik naar het Scheepvaartmuseum. Zodat ze weten wat een tof personeel ze hebben.