Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label Museumclub. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Museumclub. Alle posts tonen

zaterdag 25 juli 2026

Nog een keer


 Gingen we met de museumclub gezellig met de trein naar Alkmaar, naar het Stedelijk Museum,  de volgende dag ging ik al weer. Nu op de fiets, met mijn man.
Want als ik ergens van heb genoten, wil ik altijd het liefst dat hij het ook ziet. Hij was er al helemaal op voorbereid. 
En het was een heerlijke fietstocht in die hitte, juist op de fiets was het lekker met een verkoelend windje.  

In het museum kwamen we binnen om twee uur en net op dat moment ging een rondleiding van start die we mooi mee konden pikken. 
(Ik had van tevoren tegen de rondleidster gezegd dat ik de tentoonstelling een dag eerder al had gezien en dat ik misschien wat eerder weg zou gaan en dat dat dan niet aan haar lag. Met z'n allen voor een schilderij staan vind ik sowieso erg vermoeiend.  Dat snapte ze.) 
Ha, maar ik ging niet weg. Er waren ook bankjes waar ik kon zitten en toch horen wat ze vertelde.  Ik bleef tot de laatste minuut. Die vrouw deed het echt goed.  

Na afloop liepen we nog een beetje door Alkmaar en eindigden in de Grote Kerk. Daar was nog iets bijzonders te zien. Erg mooi in die grote, hoge ruimte. 
Het heet Ode aan de dagen van wijsheid. En de kunstenares is Laurence Aëgerter. 

Vroeger was hier een Librije, een soort openbare bibliotheek was dat. Een plek waar eeuwenlang informatie en kennis te raadplegen was. 
Aëgerter dacht: 'Hoe kan het dat er zoveel kennis is en dat dat slechts tot zo weinig wijsheid heeft geleid? In een tijd waarin oorlogen blijven woeden en kennis steeds vaker wordt vervormd door algoritmen, AI en desinformatie?' 


Wat je vervolgens ziet zijn kussens en dekbedden van damast en die liggen  op die oude grafzerken en vloer. Met ingeweven motieven overgenomen uit boeken uit die oude Librije. 
En dat alles bij elkaar, daarin zie je een wereld van plant en dier en mens. Onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een verbondenheid die vandaag de dag onder druk staat! 
Ik heb van die motieven helaas geen goede foto. 


En dan nog die hoge ladder. Achttien meter hoog. Je kunt zien dat de onderste sporten niet doorlopen. Een uitdaging op weg naar verlichting. 
Ik vond het aanvankelijk een tikkeltje zweverig, maar hoe langer ik er over dacht hoe duidelijker het voor me werd. 

En om nog maar even met beide benen op de oude vloer te blijven,  vond ik ik dit bord wel erg grappig.


Dat je er niet bij gaat liggen slapen hè!!

Op de eerste foto zie je de suppoost, een beetje in de schaduw. Hij was erg aardig en wilde best een paar vragen van mij beantwoorden. 
O.a. over dat wat je achter die ladder ziet, een grafbord/ rouwbord is dat. Voor een belangrijke Alkmaarder, Carel de Dieu. Deze heer kocht ook een eigen grafkelder in de kerk. 


En ik vroeg hem ook of er in deze kerk ook nog bijzondere grafstenen liggen. En 
'Ja die zijn er natuurlijk. Meerdere zelfs, maar eh...kent u Oopjen? ' 
Ik ken maar een Oopjen, en dat is zij van Coppit, van Marten en van Rembrandt. 
Nou zij was het en ze is hier in deze kerk begraven. In 1689.  Hij liep helemaal met me mee naar de steen, dat wil zeggen, naar het overgebleven stukje grafsteen. 

Die dingen, ik hou ervan!

vrijdag 24 juli 2026

Met de museumclub...

 

Met de museumclub bezochten we deze keer de tentoonstelling Gestel en De Smet. 
In het Stedelijk Museum van Alkmaar. 
Ondertitel: Kleurrijke vriendschap. 

Kleurrijk was het tentoongestelde werk zeker. 
En ook de vriendschap tussen de beide kunstenaars werd duidelijk gemaakt. 

Ik heb op mijn gemak en mét plezier rond gekeken, wat foto's gemaakt.
Beide schilders kende ik, maar je ziet en leest toch weer nieuwe dingen. 
De eerste helft twintigste eeuw, dat is de periode dat zij  hun werk maakten. Modernisme, impressionisme... als het een naam moet hebben. 

Kijk hier zie je de kunstenaars.
En voornamen hebben ze ook. Links Gustave de Smet (1877-1943) en rechts Leo Gestel ( 1881-1941). 
De naam Gestel werd in zijn geboorteplaats Woerden uitgesproken als Gestél (zoals in hij heeft een sterk gestel) en verder overal als Géstel. 


Bijzondere levens. Aanvankelijk niet bij elkaar in de buurt. 
Maar dat veranderde toen de Smet, net als veel andere Belgen, naar Nederland vluchtte voor de Eerste Wereldoorlog en in Amsterdam  kennis maakte met Gestel, waarna ze vrienden werden. 
De tentoonstelling laat o.a. zien hoe de twee elkaar beïnvloedden en inspireerden.
Op een gele achtergrond,  was er dan van beide kunstenaars een werk te zien dat dat duidelijk maakte. Zoals de twee werken hieronder. Eerst de Smet (De zomer, 1927) en dan Gestel (Liggend naakt, 1929)



Beiden kenden verdriet in hun leven. Beiden maakten een grote persoonlijke ontwikkeling en groei door. De twee vrouwen hieronder zijn geschilderd door de Smet. De eerste in 1913 en de tweede in 1919. Dat kan je wel een ontwikkeling noemen, toch?

Toen ik later thuis mijn foto's bekeek constateerde ik dat ik veel meer foto's had gemaakt van de Smets werk dan van dat van Gestel. Ook zette ik vooral vrouwen op de foto. 
Toeval? Misschien, ik weet het niet. 
Maar ik hou ook van Leo Gestel. Hier een kleurrijk werk uit 1915. 
De titel? Bloemen in een gemberpot. Tja, gevalletje What you see is what you get! 


En terwijl ik dit stukkie zit te maken, staan er hier pal voor mijn neus ook bloemen in een gemberpot. Gekweekt en geoogst door mijn man in de volkstuin. Mijn gemberpot (die al van mijn moeder was) is trouwens groen, die van Gestel niet. 



vrijdag 19 juni 2026

Leven in de brouwerij

De uitdrukking 'Leven in de brouwerij' kent iedereen denk ik wel. Dat die uitdrukking met Jan Steen te maken heeft zal minder bekend zijn.  
'Onze taal' heeft er een mooie verklaring voor: klik 

Vierhonderd jaar geleden werd Jan Steen in Leiden geboren en ter ere van dat feit is er in de Lakenhal in Leiden een leuke tentoonstelling van werk van Jan Steen, getiteld: 

Thuis bij Jan Steen - 400 jaar leven in de brouwerij.

Die tentoonstelling bezochten we, met de museumclub. 
Kijk hier zie je meteen hoe de tentoonstelling is opgebouwd. Uitvergrotingen op wanden, van schilderijen die er ook in het echt hangen. 
(Pas thuisgekomen zag ik dat mijn museumclubvriendinnen er alle drie op staan).

  .

Nou ben ik, vaste lezers zullen dat weten, nogal een museumbezoeker en veel werk op deze tentoonstelling kende ik. Dat klopt ook wel, want het zijn alleen maar schilderijen uit Nederlandse collecties, zoals Rijks, Mauritshuis en zo. 
Het zijn achtentwintig werken

Maar ik kan herhaling heel goed hebben hoor.
Dit schilderij bijvoorbeeld. Het stoeiende echtpaar.  Vol symboliek. Wat er in de mand zit bijv. staat voor geslachtsorganen. Het konijn onderaan voor vruchtbaarheid. De vogelkooi voor lokaas. 


En dit werk: Het bakkersechtpaar. Steens zoontje Thaddeus was model voor het jongetje naast de bakker. 


Dat deed de schilder vaker, zijn eigen kinderen gebruiken in een schilderij. Of zichzelf of zijn vrouw. Zoals hier in een schilderij van de bijbelse Bathseheba. Je ziet natuurlijk Bathsheba, maar ook de tweede vrouw van Jan Steen. 
Een prachtig schilderij dit, kijk naar de stof van de jurk. 
En ik vind het ook zo mooi dat het veel vertelt. Bathseheba heeft bijvoorbeeld een brief in haar hand, ondertekend door koning David. Hij wilde haar. En hij is klein afgebeeld op dat bouwwerk in de verte. 


En dan natuurlijk die andere uitdrukking: 'Het is er een huishouden van Jan Steen'. Nou hier zie je echt zo'n soort huishouden. Een vrolijk huishouden en ik was weg van de baby.




Nog zo'n leuk onderwerp: De strenge schoolmeester. 
Zo'n huilend jongetje en de dreiging van de pollepel.Het bezorgd kijkende meisje is waarschijnlijk de dochter Eva.


Ik laat het er maar bij. Er was nog zoveel meer en tegelijkertijd: achtentwintig schilderijen, dat is te overzien. Dat is ook wel eens fijn. 
En nou vergeet ik er toch nog een: Jan Steen beeldt heel vaak een hond af op een schilderij en vaak is dat een Kooikerhondje zoals wij er vijtien jaar een hadden. Dus van het schilderij 'Soo gewonne, soo verteert' is hier is nog even een heel mooi Kooikertje:





zondag 5 oktober 2025

Met de Museumclub op stap

 

Deze keer gingen we naar Leiden. En we hadden een prachtige dag waarbij we twee musea aandeden en een flinke wandeling maakten o.l.v. een van de leden die in Leiden geboren en een tijd getogen was. 

Het museum waar ik wat over wil zeggen is Boerhaave. Rijksmuseum Boerhaave. Daar was ik nog nooit geweest. 

Het was het tweede museum die dag, we waren al in het Wereldmuseum geweest en eigenlijk wist ik al bij binnenkomst in Boerhaave dat het teveel zou zijn. De vaste tentoonstelling, over wetenschap en geneeskunde is dus ook voor een groot deel aan mij voorbij gegaan. Ik keek wel, maar nam niks op. 

Maar van de tijdelijke tentoonstelling,'Ongezien', heb ik toch nog wel een heel goed beeld gekregen. 
Die gaat over Ongelijkheid in Geneeskunde. 
De man bij de kassa zei al dat het ons vrouwen zeker zou interesseren en dat was ook zo. 
Eeuwenlang was er voor de medische wetenschap maar één norm, namelijk het mannenlichaan. Vrouwen en gender-diverse personen waren Ongezien.



Het waren echt mannen die de dienst uit maakten, kijk maar eens naar de foto.  
Daaruit vloeide voort dat klachten van vrouwen pas laat erkend werden, gebagatelliseerd werden en afgedaan als hysterie. 
Dat er ook echt verschillen zijn, bijvoorbeeld bij hartproblemen is pas recent doorgedrongen. 


Ik vond deze gynaecologische stoel (het woord alleen al) een treffend voorbeeld. Die is echt gemaakt voor de mannelijke onderzoeker. Voor zijn gemak. Er werd niet veel rekening gehouden met de patiente. 


Ik vond het wel een tentoonstelling van belang. En voor de rest van het museum, een rest die me interessant leek, ga ik gewoon nog een keer terug!   
Nog te zien tot en met 8 maart. 2026!

zondag 14 januari 2024

Betje (en Aagje)

 

Ja hoor, de Museumclub bestaat nog steeds. We hebben  al een paar musea bezocht zo met elkaar.  Allemaal tamelijk in de buurt
Naar dit museum hadden we zelfs op de fiets willen gaan, (het is in Middenbeemster), maar het weer was zo slecht dat dat er niet van kwam. 

Het is het museum van Betje Wolff (1738-1804). 

Die woonde daar een hele tijd met haar man, een dominee. Een veeel oudere dominee. 
Als je er binnenkomt kun je je best voorstellen dat Betje er nog woont. 
Dat ze op zolder zit te schrijven, in een ruimte die ze 'Kipperust' noemde,  terwijl haar man een preek voorbereidde of zo iets. 

Het lijkt me dat het een leuke vrouw was, Betje. 

Als jong meisje woonde ze in Vlissingen en daar liet ze zich schaken door een vaandrig. Dat alleen al. 
Het duurde niet heel lang hoor, maar ja haar naam was daar toen wel gevestigd. En die was niet best!

Dus die dominee was in zekere zin een redding. Ze woonde er dan ook bijna twintig jaar met hem en toen ging hij dood.
Betje stuurde de vriendin die ze inmiddels had, Aagje Deken meteen een berichtje en Aagje kwam, ook meteen.  En bleef. 
Ze gingen na een tijdje wonen in de Rijp en na een erfenis van Aagje, gingen ze samen wonen in Beverwijk. Ha, in een huis genaamd Lommerlust. 
Daar schreven ze hun bekendste boek De historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart. Een brievenroman. 
Eigenlijk een modern en feministisch boek. Ik heb het ooit gelezen voor 'de lijst' en nu wil ik het nog eens lezen. 

Betje en Aagje waren voor de Patriotten, voelden zich hier niet meer zo veilig en verhuisden naar Frankrijk. Financieel ging het niet zo goed. En zo keerden ze een paar illlusies armer weer terug naar Nederland. 
Betje stierf in 1804 en de diepbedroefde Aagje negen dagen later. Twee hartsvriendinnen. 

Zei ik al dat ik denk dat ze leuk was? Behalve romans schreef ze ook poezie. Voorbeeldje:


Enfin, het museum in Middenbeemster is echt de moeite waard. Een 18e eeuws huis, goed ingericht met heel veel details en stijlkamers ook uit andere tijden en met  een aardige film ter inleiding. 

zondag 18 juni 2023

Afie's Nobelhuis, Egmond Binnen

En zo leidde Afie ons rond door haar... ja door wat eigenlijk? 
Haar huis, haar museum, haar atelier, haar kapel, haar ruimtes waar ik geen naam voor heb. Achter elke deur en luik op het terrein is wat te zien. Op ieder stukje van de schutting ook. En overal heeft ze wel een verhaal bij. Alles wat je ziet is bovendien zelfgemaakt,  met teksten er zelf bijgeschreven. Met lak, 'want dan kunnen ze het ook nog lezen als ik dood ben'. Afie is al oud, maar nog lang niet der dagen zat. 

Voorbeeld van haar werk: De begrafenis van een monnik. (Afie onderhield en onderhoudt banden met de abdij van Egmond). 



Alles is of geschilderd of  uitgehakt, in hout of steen of was. 'Niet moeilijk hoor', zegt Afie daarover, 'je begint te hakken of je snijdt weg wat er teveel is en wat er overblijft, dat is het'. 
Ze is begonnen in dit huis en  op dit terrein dat ze kocht,  samen met 'mijn Theo', haar man dus. Ze noemt hem vaak en vertelt dat Theo veel te vroeg is gestorven. 'Hij ging even bloemen plukken en werd gevonden met zeven narcissen in zijn hand'. 
Dit was haar eerste werk in steen: Theo.


Nog een voorbeeld: op een muur,  afgebeeld als een soort strip, zie je de gelijkenis van de werkers van het elfde uur. Bijbels dus.  Daar beeldt ze dan ook weer Theo in af en tussendoor haar kleinkinderen, de kinderen van haar twee dochters. Maar bijvoorbeeld ook Duisenberg, die toen minister van  Financiën was. 
Oh ja en dan was er nog een bijzonder paaltje met aan alle kanten een apostel erop afgebeeld. Dit pilaartje was al minstens dertig jaar bij Afie. Ooit bij haar gebracht door een van de laatste eigenaren. Nu ineens wilde ze er meer van weten en belde de abt. Die kon haar vertellen over de apostelen. 




Er is nog veel meer, veel en veel meer. 
De kapel, de kerststal in was...  
Je zou er wel drie keer naar toe moeten om echt alles te zien en te lezen. 
Maar het leukste was hoe en wat Afie vertelde. 
We eindigden met een glaasje zelfgemaakte wijn. 

Het was een superleuke middag. Een goed begin voor onze club. En dank aan Afie. En aan Marieke die er al eerder was en de ervaring wilde delen.