Dit boek werd me getipt in Blogland, door Marthy.
Ik reserveerde het meteen in de bieb. Dat heeft best lang geduurd. Bijna zes weken, ik was het al vergeten. Maar deze week kreeg ik het berichtje. Haalde het boek en... las het uit. Vrij snel, want er was een slapeloze nacht.
Wat een bijzonder boek is dit.Wat een verhaal.
Ray en Moth zijn een echtpaar, zo rond de vijftig, als alles in hun leven mis gaat.
Ze hadden een comfortabel leven, op dat moment. Maar door verkeerde investering en een slepende kostbare rechtszaak verliezen ze alles. Geen werk, dakloos en het allerergste: Moth blijkt ongeneeslijk ziek te zijn.
Ze weten niet wat ze moeten doen en dan nemen ze een impulsief besluit. Ze gaan het South West Coast Path lopen.
Met z'n tweetjes, allebei een rugzak en een lichtgewicht tentje. Een tocht van 1000 km.
Ze hebben maar heel weinig ponden om van te leven. Dus er wordt wel eens zwart gekampeerd, er wordt een keer snoep gejat. Ze verdienen ook wel eens wat, bijv. door een quiz te winnen.
Ze ervaren dat mensen ze eerst respecteren vanwege de lange tocht, maar als die mensen dan de reden horen, verdwijnen ze heel snel. Want failliet en dakloos...
Maar ze ervaren ook hulp en vriendelijkheid. De ziekte van Moth verergert niet. Nog niet.
Voor mij het belangrijkst: ze zeuren niet en ze geven niet op. Hun instelling is ongelooflijk positief.
Ze hebben zorgen, ze zijn bang. Ze zijn koud en nat of ze verbranden door de zon.
Het pad is smal, soms griezelig smal, maar ze gaan door, stap na stap.
Over oude wegen naar een nieuw begin.
Indrukwekkend boek!
Totaal aantal pageviews
zaterdag 8 februari 2020
vrijdag 7 februari 2020
Kunst is overal. Toch?
Mona Lisa, Vincent van Gogh, Picasso en nog een paar grootheden... kunst is overal mensen, overal. Ook op de Albert Cuyp.
Trouwens Albert Cuyp was zelf natuurlijk ook een kunstenaar, laten we dat even niet vergeten hè.
Onder het portret staat dat hij schilderlessen kreeg van zijn vader en vanaf 1650 een eigen stijl ontwikkelde: Hollands maar ook exotisch, op Italië geïnspireerde landschappen. Hij is nooit in Italie geweest, maar zijn schilderijen hebben een zuidelijke sfeer.
Die zuidelijke sfeer zag ik ook bij deze mevrouw. Het was haar kraam, met al die kunst. En toen ze me niks kon verkopen, wilde ze best op de foto. Kleurrijk type! En een aardig mens.
Nog meer kunst: garagedeuren
De kunst ligt op straat! De Albert Cuypstraat.
Trouwens Albert Cuyp was zelf natuurlijk ook een kunstenaar, laten we dat even niet vergeten hè.
Onder het portret staat dat hij schilderlessen kreeg van zijn vader en vanaf 1650 een eigen stijl ontwikkelde: Hollands maar ook exotisch, op Italië geïnspireerde landschappen. Hij is nooit in Italie geweest, maar zijn schilderijen hebben een zuidelijke sfeer.
Die zuidelijke sfeer zag ik ook bij deze mevrouw. Het was haar kraam, met al die kunst. En toen ze me niks kon verkopen, wilde ze best op de foto. Kleurrijk type! En een aardig mens.
Nog meer kunst: garagedeuren
De kunst ligt op straat! De Albert Cuypstraat.
donderdag 6 februari 2020
Mimosa en tulpen
Gisteren zat er een vleugje lente in de lucht. Vind je dat geen mooi woord? Vleugje?
En die lente was er helemaal toen ik op een bloemenstal mimosa zag staan. Mimosa... in februari.
Ik houd heel erg van mimosa, maar ik heb het nooit in huis. Het hoort voor mijn gevoel bij een zuidelijk land. Waar het gewoon in de natuur groeit en bloeit.
Maar die lente... ik weet dat het niet best is met de temperaturen en het klimaat en zo. Maar ik kan daar niets aan doen en dus moet ik er maar een beetje er van genieten, ook al zitten we nog midden in de winter. Echt hè. Midden in de winter!
Tulpen, die passen er beter bij de tijd van het jaar. En ook bij de grote foto die boven onze tafel hangt.
En die lente was er helemaal toen ik op een bloemenstal mimosa zag staan. Mimosa... in februari.
Ik houd heel erg van mimosa, maar ik heb het nooit in huis. Het hoort voor mijn gevoel bij een zuidelijk land. Waar het gewoon in de natuur groeit en bloeit.
Maar die lente... ik weet dat het niet best is met de temperaturen en het klimaat en zo. Maar ik kan daar niets aan doen en dus moet ik er maar een beetje er van genieten, ook al zitten we nog midden in de winter. Echt hè. Midden in de winter!
Tulpen, die passen er beter bij de tijd van het jaar. En ook bij de grote foto die boven onze tafel hangt.
woensdag 5 februari 2020
HARTstikke goed!
Voorafgaand aan een controle bij de cardioloog, werd er een echo gemaakt van mijn hart. Een echografie.
Ik had nog maar een keer eerder een echo gehad en dat was toen ik in verwachting was van onze jongste zoon.
Dát onderzoek toen, heeft mijn vertrouwen in de techniek trouwens wel enigszins geschaad. Mij werd toen namelijk verteld dat ons jongste kind (99% zeker) een meisje was.
Wij waren dan ook verbijsterd toen HIJ werd geboren. In 1986 was dat.
Maar dit terzijde.
Nu dus een echo van mijn hart.
Ik lag daar met een hartslag van over de 200. 'Bent u zenuwachtig, mevrouw?'
Ja, dat was ik. Maar tegelijkertijd was ik ook gefascineerd door het hele gebeuren. En ik had geluk. Normaal gesproken mag iemand die zo'n onderzoek doet, niets zeggen tegen de patiënt.
Maar degene die de echo's maakt, was ziek.
'Dus ik doe het maar even zelf, anders hoopt het zo op. En ik bén cardioloog, dus ik mag tijdens het onderzoek meteen vertellen wat ik zie. Vindt u dat prettig?'
Ja, dat vond ik zeker prettig. Alles beter dan maar liggen afwachten en kijken naar onbegrijpelijke beelden.
Het was een uitgebreid onderzoek en ik vond het zeer interessant.
'Dan gooi ik er nu wat blauw in, dan kunt u het nog beter zien. Kijk, dat is dan de linkerboezem. En dan ga ik nu nog even naar de onderkant. Dan moet ik kijken vanaf de buik. Even ietsje draaien. Ik sta nu op de punt van uw hart'.
Ik lag daar en realiseerde me hoe bijzonder dat allemaal is. Dat dat kan. Dat je je eigen hart ziet kloppen. Dat ooit en dat is nog niet zo lang geleden, de techniek werd bedacht. Ongelooflijk eigenlijk.
Enfin, om te zeggen dat ik er van genoot zou erg overdreven zijn. Maar bijzonder was het wel.
Na afloop moest ik nog een hartfilmpje en een onderzoek door mijn eigen cardioloog en toen was het klaar. Niks ernstigs aan de hand.
We hadden het nog even over mijn te hoge bloeddruk en ze wees me op het gebruik van zout.
'Hebt u wel eens de zoutmeter van de Nierstichting bekeken?'
Dat had ik niet. Nu wel. Leuk en goed om die test te doen. Klik
Ik had nog maar een keer eerder een echo gehad en dat was toen ik in verwachting was van onze jongste zoon.
Dát onderzoek toen, heeft mijn vertrouwen in de techniek trouwens wel enigszins geschaad. Mij werd toen namelijk verteld dat ons jongste kind (99% zeker) een meisje was.
Wij waren dan ook verbijsterd toen HIJ werd geboren. In 1986 was dat.
Maar dit terzijde.
Nu dus een echo van mijn hart.
Ik lag daar met een hartslag van over de 200. 'Bent u zenuwachtig, mevrouw?'
Ja, dat was ik. Maar tegelijkertijd was ik ook gefascineerd door het hele gebeuren. En ik had geluk. Normaal gesproken mag iemand die zo'n onderzoek doet, niets zeggen tegen de patiënt.
Maar degene die de echo's maakt, was ziek.
'Dus ik doe het maar even zelf, anders hoopt het zo op. En ik bén cardioloog, dus ik mag tijdens het onderzoek meteen vertellen wat ik zie. Vindt u dat prettig?'
Ja, dat vond ik zeker prettig. Alles beter dan maar liggen afwachten en kijken naar onbegrijpelijke beelden.
Het was een uitgebreid onderzoek en ik vond het zeer interessant.
'Dan gooi ik er nu wat blauw in, dan kunt u het nog beter zien. Kijk, dat is dan de linkerboezem. En dan ga ik nu nog even naar de onderkant. Dan moet ik kijken vanaf de buik. Even ietsje draaien. Ik sta nu op de punt van uw hart'.
Ik lag daar en realiseerde me hoe bijzonder dat allemaal is. Dat dat kan. Dat je je eigen hart ziet kloppen. Dat ooit en dat is nog niet zo lang geleden, de techniek werd bedacht. Ongelooflijk eigenlijk.
Enfin, om te zeggen dat ik er van genoot zou erg overdreven zijn. Maar bijzonder was het wel.
Na afloop moest ik nog een hartfilmpje en een onderzoek door mijn eigen cardioloog en toen was het klaar. Niks ernstigs aan de hand.
We hadden het nog even over mijn te hoge bloeddruk en ze wees me op het gebruik van zout.
'Hebt u wel eens de zoutmeter van de Nierstichting bekeken?'
Dat had ik niet. Nu wel. Leuk en goed om die test te doen. Klik
dinsdag 4 februari 2020
Wie zijn dat daar op die gevel?
We wandelden door Amsterdam en kwamen in de buurt van het Stadsarchief. Daar is altijd wat te zien, dus hup, even naar binnen en als het niks is er weer gauw uit.
Het stadsarchief is gevestigd in de Bazel en dat was lang geleden het hoofdkantoor van de Nederlandsche Handel-maatschappij.
Ontworpen door de architect K.de Bazel, wordt het gebouw ook zo genoemd: De Bazel.
Een interessant gebouw, dus niet alleen vanwege het archief en de tentoonstelling.
Ik ben er al vaak geweest, maar deze keer viel de gevel me ineens op.
Dus ik vroeg me af wat voor betekenis die beelden hebben en wie ze gemaakt heeft.
Ik vroeg het aan een jonge vrouw achter de balie die onze kaarten invoerde. Ze wist het niet precies. Ze dacht dat het iets met Azië te maken had.
'Maar', zei ze, 'ik ben kunsthistoricus en ik denk dat ik het wel snel kan opzoeken'. En dat deed ze. Ze zocht het uit terwijl wij de fototentoonstelling Modern Perspectives bezochten.
Superlief
De versieringen zijn gemaakt door Joseph Mendes da Costa. in 1925.
Links stelt Azië voor, Insulinde en rechts Europa. De voornaamste werelddelen waar de Nederlandsche Handel-Maatschappij werkzaam was.
Insulinde met de armen gekruist voor de borst en gesloten ogen. Europa actief met de jas open en de ogen ook.
Het is nog niet eens honderd jaar geleden en een totaal andere wereld.
En dan nog die foto's. Ik vond het niet heel bijzonder. Wel aardig, maar niet dat je er speciaal voor naar Amsterdam zou moeten gaan. Maar er waren een paar foto's bij die ik echt prachtig vond. Vooral deze:
Gemaakt door Eva Besnyö. Een zeer bekende fotograaf, ik houd heel eg van haar werk.
Deze foto is uit 1938. Het is Violette Cornelius uit het raam van Keizersgracht 522.
Die Violette was zelf ook fotograaf, maar veel meer heb ik niet kunnen vinden. En om nou terug te gaan naar die kunsthistoricus...
Dit is nou zo'n foto die ik graag groot en mooi afgedrukt in mijn huis zou willen hangen. Als ik ruimte had hè. Als...
maandag 3 februari 2020
Monday Mural
Every thursday I take a walk in Amsterdam. I arrive in the city at a quarter to nine and walk for about an hour and a half, before I go to my art history course.
Last thursday I went by underground to a station a little further away and then walked back. The station was Weesperstraat and there I saw this painting
Linking to Colourful World
Last thursday I went by underground to a station a little further away and then walked back. The station was Weesperstraat and there I saw this painting
Linking to Colourful World
zondag 2 februari 2020
Zwarte Schuur
Van Oek de Jong had ik heeeel lang geleden Opwaaiende Zomerjurken gelezen.
Daar was ik niet erg van onder de indruk.
Ik herinner me er ook maar weinig van.
Daarna niks meer tot nu toe.
Nu las ik Zwarte Schuur en ik vond het prachtig. Een indrukwekkend boek. Na Opwaaiende Zomerjurken is er nog meer verschenen en daar ga ik me dus alsnog maar eens in verdiepen.
Dit boek:
Hoofdpersoon is Maris Coppoolse. Hij is afkomstig uit Zeeland, dat hoor je nog altijd.
Hij is een jaar of zestig en een gevierd kunstschilder. Mét een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk.
En dan is er een journalist die in zijn verleden gaat snuffelen en ontdekt dat er, toen de schilder veertien was, iets gebeurd is.
In een zwart geteerde schuur, op een Zeeuws eiland. Iets waardoor een jong meisje, Matty, de dood vond.
Dood door schuld? In ieder geval kreeg Coppoolse tuchthuisstraf
Niemand in zijn huidige leven was op de hoogte van deze gebeurtenis. Nu dus wel, want het wordt breed uitgemeten in de pers. Maris moet zich verantwoorden tegenover zijn vrouw Fran en zijn stiefdochter en stiefzoon. En ondertussen lezen we hoe zijn verleden is geweest', hoe zijn relaties vóór Fran verliepen en hoe de gebeurtenis in de zwarte schuur zijn leven heeft beïnvloed.
Nou, dat dus. Een boeiend boek.
Daar was ik niet erg van onder de indruk.
Ik herinner me er ook maar weinig van.
Daarna niks meer tot nu toe.
Nu las ik Zwarte Schuur en ik vond het prachtig. Een indrukwekkend boek. Na Opwaaiende Zomerjurken is er nog meer verschenen en daar ga ik me dus alsnog maar eens in verdiepen.
Dit boek:
Hoofdpersoon is Maris Coppoolse. Hij is afkomstig uit Zeeland, dat hoor je nog altijd.
Hij is een jaar of zestig en een gevierd kunstschilder. Mét een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk.
En dan is er een journalist die in zijn verleden gaat snuffelen en ontdekt dat er, toen de schilder veertien was, iets gebeurd is.
In een zwart geteerde schuur, op een Zeeuws eiland. Iets waardoor een jong meisje, Matty, de dood vond.
Dood door schuld? In ieder geval kreeg Coppoolse tuchthuisstraf
Niemand in zijn huidige leven was op de hoogte van deze gebeurtenis. Nu dus wel, want het wordt breed uitgemeten in de pers. Maris moet zich verantwoorden tegenover zijn vrouw Fran en zijn stiefdochter en stiefzoon. En ondertussen lezen we hoe zijn verleden is geweest', hoe zijn relaties vóór Fran verliepen en hoe de gebeurtenis in de zwarte schuur zijn leven heeft beïnvloed.
Nou, dat dus. Een boeiend boek.
zaterdag 1 februari 2020
Ramen lappen
Ramen lappen... ik heb er een hekel aan.
Maar ik heb wel graag schone ramen.
Ik bof, want ik heb een man die, zonder dat ik het vraag, de ramen lapt, zowel binnen als buiten. En dat doet hij behoorlijk goed.
Als ik het een heel enkele keer wel eens doe, ziet het er niet uit. Als hij het doet wel. Dus ik doe helemaal niet mijn best om er beter in te worden.
Nou hoe dan ook. Ik liep in Amsterdam en zag ineens een heleboel glazenwassers.
Het leek wel glazenwassersdag.
Deze zag ik bijvoorbeeld.
Het zou mijn werk niet zijn en dat van de mensen in deze huizen dus ook blijkbaar niet. Die laten het mooi doen.
Ik dacht terug aan dat huis waar ik als kind woonde.
Gisteren vertelde ik er iets over en ook over de mensen die het bewoonden. Waaronder het dienstmeisje Teunie.
Nou Teunie moest de ramen in dat huis lappen.
Hoge ramen waren dat natuurlijk.
En daarvoor gebruikte ze een glazenspuit.
Een glazenspuit, daar had ik al in jaren niet meer aan gedacht.
Tot ik een tijd geleden ontdekte dat er in 'mijn museum' gewoon eentje staat.
Toen wist ik het weer.
Kijk, zo ziet zo'n ding er uit.
Het apparaat werd in een emmer water geplaatst en dan moest er gepompt worden, ongeveer zoals je pompt met een fietspomp.
Dan spoot het water, uit de linkerbuis, hoog tegen het raam.
Met kracht.
De laatste rest water uit de emmer gooide Teunie dan zelf nog tegen het raam en ik was altijd bang dat ze de emmer zou meegooien.
Als alles goed nat was kon er gelapt worden. Teunie had ook een lange stok, net als de glazenwasser op de eerste foto.
Fascinerend vond ik het.
Ik was nog klein, maar ik vroeg altijd of ik mee naar buiten mocht en dan was het natuurlijk een hoogtepunt als ik zelf mocht pompen. Soms mocht dat.
Als ik in het museum in de zaal ben waar de glazenspuit staat, vraag ik wel eens aan gasten of ze het voorwerp herkennen.
Tot nu toe niemand getroffen die het wist!
Daarnet zat ik zo maar even te googelen en kwam terecht in het Regionaal Archief Dordrecht. Daar vond ik een foto van het huis van de oude dame. Het gedeelte waar wij woonden, staat er ook duidelijk op. Dat is dat schuin uitgebouwde gedeelte aan de zijkant links.
Het leuke van deze foto is, dat de tuin, rechts van het huis er nog op staat. Later, toen de oude dame was overleden, is die tuin volgebouwd. Je kunt denk ik ook goed zien hoe groot het huis was. Ik heb op zolder leren fietsen!
Maar ik heb wel graag schone ramen.
Ik bof, want ik heb een man die, zonder dat ik het vraag, de ramen lapt, zowel binnen als buiten. En dat doet hij behoorlijk goed.
Als ik het een heel enkele keer wel eens doe, ziet het er niet uit. Als hij het doet wel. Dus ik doe helemaal niet mijn best om er beter in te worden.
Nou hoe dan ook. Ik liep in Amsterdam en zag ineens een heleboel glazenwassers.
Het leek wel glazenwassersdag.
Deze zag ik bijvoorbeeld.
Het zou mijn werk niet zijn en dat van de mensen in deze huizen dus ook blijkbaar niet. Die laten het mooi doen.
Ik dacht terug aan dat huis waar ik als kind woonde.
Gisteren vertelde ik er iets over en ook over de mensen die het bewoonden. Waaronder het dienstmeisje Teunie.
Nou Teunie moest de ramen in dat huis lappen.
Hoge ramen waren dat natuurlijk.
En daarvoor gebruikte ze een glazenspuit.
Een glazenspuit, daar had ik al in jaren niet meer aan gedacht.
Tot ik een tijd geleden ontdekte dat er in 'mijn museum' gewoon eentje staat.
Toen wist ik het weer.
Kijk, zo ziet zo'n ding er uit.
Het apparaat werd in een emmer water geplaatst en dan moest er gepompt worden, ongeveer zoals je pompt met een fietspomp.
Dan spoot het water, uit de linkerbuis, hoog tegen het raam.
Met kracht.
De laatste rest water uit de emmer gooide Teunie dan zelf nog tegen het raam en ik was altijd bang dat ze de emmer zou meegooien.
Als alles goed nat was kon er gelapt worden. Teunie had ook een lange stok, net als de glazenwasser op de eerste foto.
Fascinerend vond ik het.
Ik was nog klein, maar ik vroeg altijd of ik mee naar buiten mocht en dan was het natuurlijk een hoogtepunt als ik zelf mocht pompen. Soms mocht dat.
Als ik in het museum in de zaal ben waar de glazenspuit staat, vraag ik wel eens aan gasten of ze het voorwerp herkennen.
Tot nu toe niemand getroffen die het wist!
Daarnet zat ik zo maar even te googelen en kwam terecht in het Regionaal Archief Dordrecht. Daar vond ik een foto van het huis van de oude dame. Het gedeelte waar wij woonden, staat er ook duidelijk op. Dat is dat schuin uitgebouwde gedeelte aan de zijkant links.
Het leuke van deze foto is, dat de tuin, rechts van het huis er nog op staat. Later, toen de oude dame was overleden, is die tuin volgebouwd. Je kunt denk ik ook goed zien hoe groot het huis was. Ik heb op zolder leren fietsen!
vrijdag 31 januari 2020
De oude dame, Tante Henny en Teunie
Ik ben geboren in Dordrecht. In een oud, groot en deftig huis aan de Nieuwe Haven.
Er was woningnood in die dagen en mijn ouders 'woonden in' bij 'de oude dame'.
Zo werd er door mijn ouders over haar gesproken tegen mij. 'De oude dame heeft gezegd dat...'
Ik weet haar echte naam wel, maar die werd nooit genoemd.
Oud was de dame zeker en deftig ook. Ze sprak mijn naam Bertie uit als Bechtie.
Ze was ook erg aardig trouwens.
Ze woonde er alleen, dus ze vond het een veilig idee dat mijn ouders er waren. Mijn moeder was verpleegster, mijn vader was handig en het idee dat er 's nachts een man in huis was, dat stond haar aan.
Niet dat ze nou zo erg alleen was.
Ze had een gezelschapsdame, een dienstmeisje en een tuinman.
Die tuinman heette Kruidhof, als dat geen Nomen est... is. Maar dit terzijde.
De gezelschapsdame zie je links op de foto. Die was zelf ook deftig, maar erg lief. Ik noemde haar tante Henny. Ze is later toen wij er al lang niet meer woonden en de oude dame was overleden, nog vaak bij ons op bezoek geweest.
Het dienstmeisje zie je ook. Teunie heette ze en ook zij was erg lief.
Ik zie nu, nu ik het kleine fotootje heb vergroot, dat het ook een knapperd is. Teunie.
Tante Henny had soms tijd voor mij, Teunie bijna nooit.
Er was, weet ik nu, veel te doen in dat huis.
Waarom deze foto? Morgen wil ik iets laten zien dat met Teunie te maken heeft.
En bovendien: ik vind het zo'n leuke foto. Iedereen kijkt naar de fotograaf. Alleen mijn moeder niet. Die kijkt naar mij...
Er was woningnood in die dagen en mijn ouders 'woonden in' bij 'de oude dame'.
Zo werd er door mijn ouders over haar gesproken tegen mij. 'De oude dame heeft gezegd dat...'
Ik weet haar echte naam wel, maar die werd nooit genoemd.
Oud was de dame zeker en deftig ook. Ze sprak mijn naam Bertie uit als Bechtie.
Ze was ook erg aardig trouwens.
Ze woonde er alleen, dus ze vond het een veilig idee dat mijn ouders er waren. Mijn moeder was verpleegster, mijn vader was handig en het idee dat er 's nachts een man in huis was, dat stond haar aan.
Niet dat ze nou zo erg alleen was.
Ze had een gezelschapsdame, een dienstmeisje en een tuinman.
Die tuinman heette Kruidhof, als dat geen Nomen est... is. Maar dit terzijde.
De gezelschapsdame zie je links op de foto. Die was zelf ook deftig, maar erg lief. Ik noemde haar tante Henny. Ze is later toen wij er al lang niet meer woonden en de oude dame was overleden, nog vaak bij ons op bezoek geweest.
Het dienstmeisje zie je ook. Teunie heette ze en ook zij was erg lief.
Ik zie nu, nu ik het kleine fotootje heb vergroot, dat het ook een knapperd is. Teunie.
Tante Henny had soms tijd voor mij, Teunie bijna nooit.
Er was, weet ik nu, veel te doen in dat huis.
Waarom deze foto? Morgen wil ik iets laten zien dat met Teunie te maken heeft.
En bovendien: ik vind het zo'n leuke foto. Iedereen kijkt naar de fotograaf. Alleen mijn moeder niet. Die kijkt naar mij...
donderdag 30 januari 2020
Namen
hoeft een naam iets?
elke naam moet ten minste
een keer worden gespeld op het
gemeentehuis
vreugdevol door een ouder die met die
naam
een geloof een held een vriend of een
familielid
in leven houdt
elke naam moet minstens vierduizend keer
worden geroepn vanuit een halfopen
buitendeur
terwijl de warme lucht van het avondeten
door een keukenraam
een koude kinderneus inkrult
alle namen horen zeker vijf maal op het
puntje
van de tong van een beste vriend te liggen bij
de vraag
naar wie zijn of haar beste vriend is
en waarom
geen één naam verdient het om
ongefluisterd te blijven
en niet via het oor van een geliefde
buitengewoon vaak de buik van die ander
te kriebelen
daar zijn namen voor gemaakt
namen horen een leven lang mee te gaan
en met een heel leven weet u heel goed
wat ik bedoel
namen mogen alleen langzaam verdwijnen
uit onze gedachten
en niet voordat ze een afscheidsdansje
hebben gemaakt
op onze bevende lippen
er is geen enkele reden om de naam
van een muur te schroeven
als die naam niet een nieuw huis
te wachten staat
want een naam wil leven
Tsead Bruinja, Dichter des Vaderlands
27 januari 2020
Dit gedicht werd geschreven voor het project De 102.000 Namen lezen. Herinneringskamp Westerbork
elke naam moet ten minste
een keer worden gespeld op het
gemeentehuis
vreugdevol door een ouder die met die
naam
een geloof een held een vriend of een
familielid
in leven houdt
elke naam moet minstens vierduizend keer
worden geroepn vanuit een halfopen
buitendeur
terwijl de warme lucht van het avondeten
door een keukenraam
een koude kinderneus inkrult
alle namen horen zeker vijf maal op het
puntje
van de tong van een beste vriend te liggen bij
de vraag
naar wie zijn of haar beste vriend is
en waarom
geen één naam verdient het om
ongefluisterd te blijven
en niet via het oor van een geliefde
buitengewoon vaak de buik van die ander
te kriebelen
daar zijn namen voor gemaakt
namen horen een leven lang mee te gaan
en met een heel leven weet u heel goed
wat ik bedoel
namen mogen alleen langzaam verdwijnen
uit onze gedachten
en niet voordat ze een afscheidsdansje
hebben gemaakt
op onze bevende lippen
er is geen enkele reden om de naam
van een muur te schroeven
als die naam niet een nieuw huis
te wachten staat
want een naam wil leven
Tsead Bruinja, Dichter des Vaderlands
27 januari 2020
Dit gedicht werd geschreven voor het project De 102.000 Namen lezen. Herinneringskamp Westerbork
Abonneren op:
Posts (Atom)

















