Dit is onze klok. Ik ben er zeer aan gehecht. Zozeer dat we hem een tijdje geleden, toen hij ineens niet meer liep, hebben laten repareren.
Dat zijn dure reparaties hoor, maar we vonden het verantwoord.
De klok slaat een keer op het halve uur en verder het aantal slagen van de hele uren. Hij tikt ook duidelijk. Maar ik miste vooral die uren. Als ik 's nachts niet slaap en dat gebeurt nog al eens, wil ik niet steeds kijken hoe laat het is, maar wacht ik op het slaan van de klok.
Hij is erg oud. Mijn ouders woonden na de oorlog in bij een oude dame en mochten, toen ze daar weggingen, twee klokken meenemen.
Met deze deden ze niets, die heeft jarenlang in de schuur gestaan.
Tot ik mijn eerste baan kreeg en mijn eerste flat. Toen vond mijn vader dat ik deze klok maar moest hebben en knapte hem prachtig voor me op.
En waarom nu dit verhaal?
Nou dat zit zo: we waren dus in Kasteel Ruurlo en dat is de plek waar heel veel werk van Carel Willink te zien is.
Ik vond het zo leuk dat we toch weer andere dingen zagen en onder andere een klok. (Carel Willink, 1921)
Onze klok! Dat is toch gewoon onze klok!
En nu komt er weer een toeval. De dag nadat ik dit schilderij ontdekte in Ruurlo, was ik in 'ons' museum aan het werk.
Eens in de week komt daar een klokkenmaker om de uurwerken bij te stellen en te controleren. Dat wist ik wel, maar ik had hem nog nooit gezien.
Nu wel en het bleek de klokkenmaker te zijn aan wie wij onze klok hadden toevertrouwd. Ik kende hem niet doordat mijn man die reparatie heeft afgehandeld.
Dus ik kon hem nu vertellen hoe blij we waren met de gerepareerde klok. Zo'n man herinnert zich natuurlijk niet welke klokken hij allemaal onder handen heeft gehad. Maar de foto die ik net voor dit blogje had gemaakt stond nog op mijn telefoon. Toen wist hij het weer!
Hij vertelde dat hij het extreem druk heeft en voorlopig helemaal geen werk meer aanneemt. Maar ik krijg toch een voordeel, nu wij elkaar 'als collega's kennen'. Want ik heb nóg een klok. 'Neem maar een keer mee hier naar toe' zei hij.