Over Tijl Uilenspiegel, blogde ik al eens eerder. Hij zou in Damme geboren zijn en Damme... die stad passeren wij altijd op weg naar Brugge.
Passeren is niet juist, we gaan er altijd even kijken, in Damme.
En de eerste keer constateerde ik dat er niet heel veel herinnerde aan Tijl. Maar nu, de laatste keer dat we naar Brugge fietsten, was dat anders, of eigenlijk het was niet anders, ik kéék beter.
Dus spiegels, uilen, Lamme Goedzak (Tijls vriend) en Soetkin (zijn moeder) alom.
Bovendien namen we nu de tijd om het Uilenspiegelmuseum te bezoeken en wat een aardig museum was dat met heel veel spiegels en dingen die met Tijl te maken hebben en een heleboel verhalen.
In ieder geval is het een literaire figuur die verschijnt in vele gedaantes. En humor maakt hem herkenbaar. Plus het feit dat hij ons een spiegel voorhoudt'.
De verhalen van Uilenspiegel werden rond 1500 geschreven door de Duitse Hermann Bote. Korte losse verhalen waarin Tijl dus afwisselend een wijze nar is, of een schurk of gewoon een deugniet.
Pas veel later, in 1867, schreef Charles de Coster, een boek met Uilenspiegel in de hoofdrol spelend in de 16e eeuw en wordt hij een soort vrijheidsstrijder tegen de Spaanse overheersing.
Maar ook nog steeds grappen en streken en verhalen, bijvoorbeeld:
Tijl zette toen hij vijftien jaar was in Damme een kleine tent op. Hij riep dat iedereen zijn tegenwoordig en toekomstig wezen kon komen zien. In een mooi kader.
Zo toonde hij de mensen, ( die van Damme, Brugge en zelfs van Oostende), hun spiegelbeeld. En in plaats van hun te zeggen 'Ik ben ulieden spiegel', zei hij kortweg: 'Ik ben ulen spiegel'. Uilenspiegel dus. De uil stond in die tijd voor domheid, vandaar.





